Bestseller heeft uitgever!

Op 20 maart werd bekend dat uitgeverij Ambilicious uit Breda/Kalmthout mijn debuutroman Kathmandu hipsters uit gaat geven. Ik citeer uit de mail van Inanna van den Berg van uitgeverij Ambilicious: “Dank voor het toezenden van je manuscript. Afgelopen weekend heb ik gebruikt om het te lezen. Absoluut onder de indruk. Zowel de schrijfstijl als het verhaal. Concreet betekent dit dat wij het graag willen uitgeven.”

Kathmandu Hipsters is een onvervalste pageturner, die gaat over moord, drugssmokkel, bedrog en verwoestende familiebanden. De zinderende en gruwelijke finale laat de lezer verbijsterd achter.

De droom van Anne om een winkel in oosterse meubels en snuisterijen te beginnen leidt tot een reis naar Kathmandu, de hoofdstad van Nepal. Samen met haar vrienden Tom Disco, Peter Paskovski en Lizzy Holtrust, belandt Anne in een apocalyptisch avontuur, dat zich afspeelt voor, tijdens en na de zware aardbeving die Nepal op 25 april 2015 treft.

Maar is dit avontuur niet al veel eerder begonnen? Op 7 maart 2015 wordt in meditatiecentrum Osho Tapoban, vlak buiten Kathmandu, de jonge Amerikaanse vrouw Noa Trevor op brute wijze verkracht en vermoord. Door wie? Waarom? En wat hebben de vier vrienden met deze moord te maken?

Zijn de antwoorden op deze vragen te vinden op de felrode hartvormige usb-stick, die steeds in de roman opduikt en regelmatig van eigenaar verwisselt?

Kathmandu hipsters schets een indringend beeld van het leven van een verwende generatie hipsters, die alles denkt te kunnen kopen wat een mens gelukkig kan maken: drank, seks, drugs, liefde en spiritualiteit.

Naar verwachting ligt Kathmandu hipsters aan het eind van de zomer in de winkel.

e-mailadres: petermabelus@gmail.com

websites: https://petermabelus.com en https://kathmanduhipsters.com

Hoofdstuk 1 Osho Tapoban

(vrijdag, 7 maart 2015)

‘We zijn verlicht!’ riep Bodhisattva Swami Anand Arun. ‘We zijn verlicht!’

‘We zijn verlicht!’ klonk het luid uit onze honderden kelen. ‘We zijn verlicht!’

Bodhisattva Swani Anand Arun, spiritueel leider van Osho Tapoban, keek vanaf het podium over de hoofden van de tweehonderd aanwezigen in de meditatiehal. Tweehonderd neo-sanyyas van wie hij zojuist de initiatie voltooid had met de woorden: ‘Een naam is alleen maar een naam. Jij bent naamloos. Geen naam perkt jou in, geen naam kan jou begrenzen.’ Daarop begon hij langzaam ritmisch in zijn handen te klappen. Na een korte aarzeling begonnen de eerste neo-sannyas mee te klappen en al snel ging het aanstekelijke geklap over in een luid, euforisch en daverend applaus.

‘Geniet van de kosmos!’ zweepte Bodhisattva Swami Anand Arun ons nu verder op. ‘Geniet van de liefde! Geniet van elkaar! Geniet van de kosmos!’

We vielen elkaar huilend en lachend in de armen. Er werd gekust, geknuffeld en betast. Euforie vulde de lucht. Sommige neo-sannyas zakten ontroerd door de knieën, andere stonden elkaar hand in hand glimlachend aan te kijken. Daarna verlieten de meeste neo-sannyas de meditatiehal om in grote, maar vooral kleine groepen en duo’s uit te zwermen over het heuvelachtige terrein van het Osho Tapoban International Commune and Forest Retreat Center, tien kilometer ten westen van Katmandu.

Ik liep hand in hand met een lange, slanke, blonde, jonge Nederlandse man in de richting van de aardbeienvelden. We waren, zoals de meeste cursisten, gehuld in een purperen gewaad. Een enkeling droeg een oranje gewaad.

‘Het medicinale gebruik van opium gaat vooraf aan de geschreven geschiede­nis. Het is een prehistorische drug. Er zijn muurschilderingen bewaard gebleven van de Sumeriërs – dan heb ik het dus over vierduizend voor Chris­tus, zesduizend jaar geleden, kun je het je voorstellen? – waarop de papaverbol te herkennen is, samen met andere tekens die euforie symboli­seren,’ zei de lange Nederlandse man tegen mij.

‘Voor een verlicht iemand praat jij wel erg veel over drugs.’

‘Drugs zijn bewustzijnvernauwend en geestverruimend. Zolang je geen sabotage op je lichaam pleegt is er weinig aan de hand. Eerder het tegenovergestelde. Drugs kunnen je vrijheid vergroten, net als kinderen en geweld.’

‘Geweld?’ vroeg ik verbaasd.

‘Ja, geweld. Agressie is een noodzakelijke emotie in onze drang om te overleven en te scheppen.’

‘Dat klinkt niet erg verlicht.’

‘Misschien ben ik wel niet zo verlicht als ik eruitzie.’

Ik moest lachen. ‘Je bent een ondeugd.’

De man glimlachte terug. ‘Hoe heet je eigenlijk?’ vroeg hij.

Ik bleef stilstaan en keek de man diep in zijn ogen. ‘Mijn moeder heeft mij de naam Noa gegeven. Beetje flauw misschien, omdat ik in Noah, Tennessee geboren ben.’

‘Helemaal niet flauw. Prachtige naam, Noa. Wat is de betekenis van die naam?’

‘Rust, vrede en troost.’

‘Wat toepasselijk hier. Je zegt dat je moeder jou die naam gegeven heeft. Was je vader het eens met die naam? Ik bedoel, het is nogal wat om je dochter Noa te noemen als je uit Noah, Tennessee komt.’

‘Mijn vader heb ik nooit gekend en mijn moeder heeft nooit een woord aan hem vuil willen maken.’

‘Dus je weet niet wie je vader is?’

‘In de nalatenschap van mijn moeder bevonden zich haar dagboeken. Ik heb nooit geweten dat ze een dagboek bijhield. In een van die dagboeken kwam ik de naam tegen van mijn vader en toen begreep ik ook waarom mijn moeder nooit over hem heeft willen praten. Om diezelfde reden zou ik nooit van mijn leven contact met hem willen hebben. Hij weet niet eens dat ik besta. Via internet ben ik te weten gekomen dat mijn vader nog leeft en nog een dochter heeft. Met haar heb ik sinds een paar maanden contact. Ze heeft haar vader niet verteld over mijn bestaan.’ ‘Bijzonder.’

‘Dat kun je wel zeggen. En wat is jouw naam?’

‘Een naam is alleen maar een naam. Jij bent naamloos. Geen naam perkt jou in, geen naam kan jou begrenzen,’ citeerde de lange man Bodhisattva Swami Anand Arun.

‘Flauw hoor,’ zei ik.

Inmiddels waren we bij de bosrand van het meditatiecentrum uitgekomen en keken uit over prachtige aarbeienvelden die het complex van de buitenwereld scheidden. Een zoete geur vulde de lucht. De aardbeienvelden eindigden waar een diep ravijn begon.

‘Nooit gedacht dat er aardbeien in Nepal groeien,’ zei ik. Ik voelde een kinderlijke blijheid alsof iemand mij totaal onverwacht had verrast

De lange Nederlandse man keek onderzoekend om zich heen. ‘We zijn helemaal alleen,’ zei hij.

‘Maar we zijn toch samen?’

‘Nee, Noa, we zijn niet samen.’

Ik keek de man verbaasd aan.

‘We worden alleen geboren en we sterven alleen. Alleen neuken doe je samen.’

Ik liet de hand van de man even los. ‘Op de een of andere manier vind ik “neuken” een ongepast woord om te hier te gebruiken. Veel te plat in dit lieflijke paradijs.’

‘Kom,’ zei de man. ‘Laten we nog wat door de aardbeienvelden lopen.’ Hij pakte mijn hand, waarna we dieper de aardbeienvelden in liepen.

Vlak bij de rand van het ravijn liet de man mijn hand los. Nerveus keek hij om zich heen. Er was niemand te zien.

Hij keek mij diep in de ogen aan. ‘Laten we onze verlichting vieren.’

 

Ik bleef doorkruipen in de aardbeienvelden achter het Osho Tapoban International Commune and Forest Retreat Center. Het bloed stroomde langs mijn dijen. Nooit had ik gedacht dat ik zo veel geweld zou kunnen doorstaan. Het leven was toch altijd mooi geweest? Ik was nog zo jong. Mijn leven moest nog beginnen.

Ik was naar de Himalaya gevlogen voor verlichting. En nu zat daar een agressieve Nederlander achter mij aan in de aardbeienvelden van een meditatiecentrum. Opnieuw een mes in mijn rug. Naar binnen gestoken tot het lemmet.

De Nederlander mompelde, gromde en vloekte en stak nog een keer.

Doodsangst en woede welden in mij op.

‘Vuile neuker! Waarom ben je hierheen gekomen om mij te vermoorden?’

Nog één messteek – toen bleef ik stil.

 

Hoofdstuk 2 Wind

(maandag, 10 maart 2015)

Omdat ik geld als een van de succesvolste ondernemers van Nederland en geniet van de rijkdom die dat succes met zich mee heeft gebracht, vond het tijdschrift Happinez (“het magazine voor wie op zoek is naar verdieping, inspiratie en inzichten en daarbij met beide benen op de grond wil blijven staan”) het een origineel idee om mij een week onder te dompelen in de eenvoud van een meditatiecentrum. In de eerste week van maart verbleef ik in Osho Tapoban International Commune and Forest Retreat Center, gelegen in de groene heuvels van de Kathmandu-vallei.

In overleg met een redactrice van Happinez is besloten dat ik de ruwe tekst van het artikel zal aanleveren. De redactrice zal er vervolgens een mooi verhaal van maken. De strekking van het artikel zal zijn dat ik diep onder de indruk van de ervaringen in het meditatiecentrum als een ander mens naar huis zal gaan. Bevrijd, uitgerust, ontspannen en verlicht. Dat ik een verblijf in Osho Tapoban iedereen kan aanraden. Inspirerend voor de lezers van Happinez en goed voor mijn bedrijf. Ook al zullen de meeste lezers van het artikel nooit het geld, de inspiratie of de mogelijkheid hebben om ook zo’n trip te maken en heeft het verhaal dat in het tijdschrift zal verschijnen nauwelijks iets met de werkelijkheid te maken.

De mens wil bedrogen worden. Liever de schijn van geluk dan de naakte feiten. De wereld van gebakken lucht en illusie is de wereld die de mensen willen. Daar weet ik alles van.

Mijn reis en verblijf werden betaald door Happinez. Bovendien mag ik gratis in het tijdschrift adverteren.

Hieronder staan mijn ruwe aantekeningen voor het artikel. Dit is dus niet de gekuiste en grotendeels verzonnen versie van mijn aantekeningen die ik naar de redactrice heb gemaild en waar zij een professionele redactionele kam heeft doorgehaald. Het is niet de bedoeling dat deze aantekeningen ooit worden gepubliceerd.

Om binnen een week een verlichte Osho neo-sannya te worden (sannya of sanyasin betekent “volgeling”), diende ik mij aan talloze huisregels te houden. De belangrijkste vijf regels waren:

  1. Niet doden
  2. Niet stelen
  3. Geen seks, behalve met een officiële partner
  4. Niet liegen
  5. Geen drugs- of alcoholgebruik

Daarnaast:

  • Gedurende de cursus mag het terrein van Osho Tapoban niet verlaten worden
  • Er worden drie lichte vegetarische maaltijden per dag gebruikt
  • Uitingen van geloofsovertuigingen zijn verboden
  • Elke vorm van communicatie met medecursisten is verboden
  • Vrouwelijke en mannelijke cursisten worden van elkaar gescheiden
  • Elk lichamelijk contact is verboden
  • Yoga en sport zijn verboden; wandelen in de daarvoor bestemde gebieden is toegestaan
  • Het dragen van religieuze objecten is verboden
  • Het dragen van nietverhullende kleding is verboden
  • Zonnebaden is verboden
  • Elke vorm van social media is verboden
  • Naar muziek luisteren of muziek maken is verboden
  • Er mag niet worden gelezen of geschreven

Ik heb mij niet aan alle regels kunnen houden. Ook veel medecursisten heb ik mogen betrappen op het overtreden van een of meerdere huisregels.

Zo denk ik te hebben gezien hoe een medecursist het leven van een andere cursist nam, nadat hij haar had verkracht. Hij stond wellicht stijf van de drugs. Leugens zullen het pad van zijn toekomst bepalen. In één moment de vijf grondregels overtreden.

Ik heb tijdens mijn verblijf in het meditatiecentrum niet gemoord of gestolen. Wel heb ik veel van de overige regels overtreden. Ik verliet het terrein om Casino Anna in Kathmandu te bezoeken. De McDonald’s aan de Devkota Sadak sloeg ik daarna niet over. En als ik van het terrein af was belde en appte ik me suf om mijn zakelijke imperium te regeren. Ik heb nog nooit zo veel rondgeneukt als tijdens deze cursus. Perfect! Honderd lekkere jonge wijven die openstaan voor alles. Geweldig! Voor het ontbijt ging ik elke dag joggen. De bewakers lagen nog op een oor. Ik moet elke dag joggen. Anders ga ik dood. Op mijn bruine blote kuit een getatoeëerde Davidster. Oortjes op mijn hoofd. Coldplay. Dagelijks vond ik tijd om mijn aantekeningen op papier te zetten. Lezen deed ik stiekem op mijn telefoon. Bijna alle regels heb ik overtreden en ik ben gelukkig. Happinez!

Met het streng hanteren van regels ben ik groot geworden. Controle is beter dan vertrouwen. Maar voor mezelf gelden andere regels dan voor mijn werknemers. “Some people are more equal than others,” citeer ik vrij naar George Orwell.

Alleen door het voortdurend streng hanteren van regels in mijn bedrijf loop ik vrolijk en fris iedere ochtend naar de stallen van mijn landgoed in het noorden van België om te kijken hoe de paarden erbij staan. Ja, ik bezit paarden, man, vijf prachtige paarden en heb zeven cabriolets, in alle kleuren van de regenboog.

Mijn kind is mijn alles. Al zie ik mijn dochter hoogst zelden. Ze woont ver weg, in Amsterdam.

Mijn vrouw is vijf jaar geleden overleden aan borstkanker. Het klinkt misschien gevoelloos, maar ik denk eigenlijk nooit aan haar.

Ik heb een Van Gogh aan de muur. Zonder zonnebloemen.

Na de initiatie van honderden verlichte neo-sannyas vanmiddag (ze zeggen dat het zaterdag is) mochten we na een week zwijgen en mediteren uitwaaieren over het landgoed en praten met een ander. De ander aanraken.

U weet dat ik mij tijdens deze meditatiecursus aan weinig regels gehouden heb. Toch was ik ontroerd door de zucht naar verlichting die werd uitgezonden door Bodhisattva Swami Anand Arun tijdens initiatie van de nieuwe sanyasins. Zo veel medecursisten straalden bevrijding en geluk uit. Ik werd er stil van.

Omdat ik waarschijnlijk tijdens deze meditatiecursus een van de minst stille cursisten was geweest, ook al had niemand daar weet van, voelde ik een sterke behoefte om even alleen te zijn. Ik zonderde mij af en liep alleen door een bos. Ik zou nog geen ademtocht van een ander hebben kunnen verdragen na al die idioterie van de laatste week. Hipsters and losers. Ik verlangde naar mijn paarden. Liv, Zippy Chippy en American Pharaoh, om er een paar te noemen. Mooie beesten met een mooi hoofd en elegante benen.

Blijkbaar had ik de rand van het bos bereikt. Een oceaan aan kleine plantjes met rode vruchtjes strekte zich voor mij uit. Wat was dit? Ik boog mij voorover en zag dat alle vruchtjes voor mij en onder mij aardbeien waren. Aardbeien in Nepal. Dat had ik niet verwacht.

Pas op het moment dat ik doorhad aan de rand van een enorm aardbeienveld te staan besefte ik dat de lucht zwanger was van de diepzoete geur van de rode vruchten. Kleurige vlinders, zoals de dagpauwoog en de gehakkelde aurelia, vlogen dartelend van plant naar plant.

Het begon al te schemeren en mijn maag knorde. De verleiding om straks weer de McDonald’s te bezoeken was erg groot. Opeens werd mijn aandacht getrokken door geluiden achter in de aardbeienvelden. Eerst dacht ik dat er een wilde vrijpartij aan de gang was en ik pakte in een opwelling mijn mobiele telefoon om de boel te filmen. Ik was toch onzichtbaar aan de rand van het bos. Ik keek nog even spiedend om mij heen, maar nergens was iemand te zien of te horen. Ik verborg het grootste deel van mijn lichaam achter de stam van een boom.

Ik zoomde in op de vermeende vrijpartij en een onbehaaglijk gevoel bekroop mij. Ik zag op mijn scherm hoe een man hard op een vrouw insloeg, terwijl hij haar van achteren neukte. Beiden waren gekleed in een purperen gewaad, al werd de kleding op dit moment vanzelfsprekend niet volgens de geldende voorschriften gedragen. Ik zag een voorwerp opflitsen in de rechterhand van de man. Mijn rechterhand begon te trillen toen ik besefte dat de man op de vrouw instak met een mes.

Om het beeld van mijn camera scherp te houden hield ik de telefoon nu met twee handen vast. De man was opgehouden met steken. De vrouw was verdwenen. Waarschijnlijk lag ze overhoopgestoken op haar rug in het aardbeienveld. De man boog zich voorover en begon te sjorren aan iets zwaars wat op de grond lag, ongetwijfeld de neergestoken vrouw. Daarna maakte hij een trappende beweging.

Even later richtte hij zich weer op, keek naar een punt beneden, achter de aardbeienvelden, en draaide zich om. Hij keek om zich heen, waarschijnlijk om te weten te komen of hij door iemand gezien was. Daarna beende hij met grote passen door het aardbeienveld in de richting van de bosrand. Hij kwam snel mijn kant op. Zijn gezicht kwam kraakhelder in beeld en ik herkende de man als een van mijn medecursisten, al had ik hem nooit gesproken. Ik zakte door mijn knieën om mijzelf nog kleiner te maken.

De man kwam steeds dichter bij de bosrand, maar gelukkig had hij besloten om het bos op ongeveer tien meter van de plek waar ik mij verborgen had te betreden. Ik hoorde takken onder zijn voeten kraken toen hij in een hoog tempo in de richting van de stiltetempel Shivpuri Baba snelde.

Ik stopte met filmen. Minutenlang bleef ik gehurkt aan de bosrand achter de boomstam zitten. Ik was in shock. Toen ik zeker wist dat de moordenaar ver uit de buurt moest zijn richtte ik mij op. Even bleef ik besluiteloos staan. Daarna betrad ik de aardbeienvelden in de richting van waar de moordpartij had plaatsgevonden.

Terwijl ik die kant op liep, bleef ik nerveus achterom kijken. Ik had geen idee of die idioot terug zou komen. Ik versnelde mijn pas en bereikte de plek van de steekpartij. Hier waren veel aardbeienplantjes vertrapt. Twee meter verderop bleek zich een diep ravijn te bevinden. Voorzichtig keek ik over de rand.

In de diepte zag ik een vrouwenlichaam liggen. Ze lag in een onnatuurlijke houding met haar rug op een rotsblok in het midden van de Manamati-rivier, die enkele kilometers verderop uikomt in de voor hindoeïsten en boeddhisten heilige Bagmati-rivier. Ze moest wel dood zijn. Haar slappe ledematen werden wild heen en weer geslingerd door het kolkende water van de rivier, zodat haar dode lichaam eruitzag als als de kosmisch dansende hindoeïstische godin Shiva Nataraja. Door het geweld van het water leek haar levenloze gezicht in mijn richting te knikken. Ik herkende haar eerst niet. Ik pakte mijn telefoon om de zoomfunctie van mijn camera te gebruiken. Misschien dat ik haar dan zou kunnen herkennen.

Mijn adem stokte in mijn keel. Het was die mooie Amerikaanse uit Noah, Tennessee, Noa. Ik had haar van de week een paar keer van een afstand bekeken. Een seconde later sleurde de Manamati-rivier het lichaam van Noa van het rotsblok af. Ze verdween onder de golven, op weg naar de Bagmati-rivier.

Hoofdstuk 3 Zwarte Post

(dinsdag, 18 maart 2015)

Ik keek naar de felrode USB-stick in de vorm van een hartje, die in mijn laptop stak. Mijn eerste opwelling was om de USB-stick te verbranden, kapot te stampen, door te trekken in de wc, uit het raam te gooien of te vermalen met mijn tanden en door te slikken. Vernietigd moest dit ding worden! Tegelijkertijd besefte ik dat dit mijn probleem niet zou oplossen.

Ik had het postapkket met de USB-stick en een sleutel van een bagagekluis met daarop het nummer drieënzestig een week nadat ik thuisgekomen was uit Nepal ontvangen. De naam van de afzender herkende ik direct: Noa.

Ik stopte de USB-stick in de daarvoor bestemde opening van mijn laptop en zag dat er twee bestanden op stonden: een Word-document en een videofragment. Beide bestanden droegen geen titel. Ik opende eerst het Word-document.

‘Ik ken jouw geheim,’ zo begon de tekst. ‘Ik weet wat je gedaan hebt in Osho Tapoban. Bekijk eerst de beelden op de USB-stick.’

Zweet probeerde uit al mijn poriën tegelijk naar buiten te komen. De brief was in het Nederlands geschreven. Het was dus een Nederlander die mijn geheim kende, maar er waren zo veel Nederlanders in het Osho Tapoban International Commune and Forest Retreat Center geweest. De meesten van hen had ik nooit gesproken.

Ik dubbelklikte op het icoontje van het videofragment en zag vervolgens hoe een man hard op een vrouw insloeg. Ik wist ogenblikkelijk waar en wanneer dit was gefilmd. Ik zag mezelf insteken op Noa uit Noah, Tennessee, momenten nadat ik haar verkracht had. Ik zag een mes flitsen in mijn rechterhand. Het beeld trilde even. Daarna waren de beelden weer scherp. Ik zag mezelf vooroverbuigen en wist dat dit het moment was waarop ik het lichaam van Noa naar de rand van de afgrond sleepte en naar beneden duwde, waarna het met een doffe klap op een rots in de wilde stromende Manamati-rivier terechtkwam. Ik zag mezelf het ravijn in kijken en mij daarna omdraaien. Vervolgens liep ik snel door het aardbeienveld in de richting van de bosrand. Ik kwam steeds groter in beeld.

Wie had dit gefilmd? Het kon niet anders dan een Nederlandse medecursist zijn geweest. Maar wie? Voor zover ik wist bestond er geen lijst met de naam en nationaliteit van de cursisten. En als die al bestond was die lijst geheim. Privacy en anonimiteit waren heilig in een oord als Osho Tapoban. En waarom had degene die deze beelden had gemaakt niet gelijk alarmgeslagen? Waarom was hij of zij niet naar de kampleiding gegaan of had hij de politie niet gebeld?

Ik las verder in het Word-document: ‘Ik ga de volgende zaken met je afspreken. Tegelijk met deze USB-stick heb je een sleutel ontvangen. Het nummer op de sleutel is drieënzestig en past op een bagagekluis die zich in het oostelijk deel van het bagagedepot van het Centraal Station van Amsterdam bevindt. In die kluis ligt een sporttas met daarin een kilo cocaïne. Jij gaat die cocaïne voor mij in Kathmandu, Nepal bezorgen.

Als je de cocaïne op het Centraal Station gaat halen, vergeet dan niet eerst bij een AKO in de stationshal voor tachtig eurocent een onuitwisbare marker, BIC 1445, zakmodel, JM Bruneau, te kopen. Wat je daarmee moet doen kun je later in dit document lezen.

Hoe kom je aan de rugzakken? Je gaat naar Carl Denig op de Weteringschans 113-115 in Amsterdam. Vijf verdiepingen met meer dan vijftienduizend outdoorartikelen. De beste winkel in Nederland in zijn soort. Daar koop je twee rugzakken. Je betaalt cash. Je koopt twee exemplaren van de Fjällräven Kajka 75. Je kiest de mannelijke uitvoering in de kleuren rood en zwart. Volgens de website van Carl Denig “is de Kajka wereldwijd populair onder wandelaars en wordt ook bejubeld in de vakbladen. Het Zweedse outdoortijdschrift Utemagasinet heeft de Kajka in 2009 uitgeroepen tot Product van het jaar en in 2011 werd de rugzak als Beste getest in de grote Finse Retkis-rugzaktest,” en dus geen slechte keuze. De rugzakken kosten driehonderdzeventig euro per stuk, dus zorg dat je achthonderd euro cash meeneemt naar Carl Denig op de Weteringschans 113-115.’

‘Wat is dit?’ riep ik woest uit. ‘Het lijkt wel een reclamefolder! Van een psycho! Van Noa! Wie is dit? Mijn geheim kennen en mij daarmee bedreigen en chanteren en dwingen cocaïne te gaan koerieren naar Kathmandu!’

Mijn ogen werden weer naar het Word-document getrokken. Mijn lichaam trilde en mijn kaken stonden strak. Ik las verder.

‘Je koopt dus twee exemplaren van de Fjällräven Kajka 75. Het aluminium frame van een van de twee rugzakken ga je gebruiken voor de smokkel van de cocaïne. Je zult de procedure van het vullen van de aluminumbuizen met cocaïne goed moeten kennen, want je moet weten hoe je foutloos en veilig cocaïne in het aluminium frame van de Fjällräven Kajka 75 moet verstoppen. In Kathmandu worden door iemand anders zeshonderd honderddollarbiljetten in het frame van het andere exemplaar van de Fjällräven Kajka 75 verstopt, maar daarover later meer. Alles moet foutloos en veilig gaan.’

Ik las verder.

‘Als je de Fjällräven Kajka 75 met de achterkant voor je tegen de muur hebt staan is het vrij eenvoudig om te leren hoe je de cocaïne in het aluminiumframe van de rugzak kunt verstoppen. Ga de rugzakken nu kopen. Zodra je terug bent, gaan we oefenen met het prepareren van de Fjällräven Kajka 75 voor de smokkel van de cocaïne.’

Ik stond nerveus op. Wat voor een sadistisch spel wilde deze Noa met mij spelen? Drugs smokkelen naar Aziatische landen was een exotische manier om zelfmoord te plegen. Uit alles bleek echter dat de persoon die mij de USB-stick en de sleutel van een bagagekluis met daarop het nummer drieënzestig had toegestuurd heel goed wist wat hij deed.

Dat kon twee dingen betekenen: dat mijn chanteur precies wist hoe ik de cocaïne naar Nepal moest smokkelen zonder gepakt te worden. Daarbij zou hij mij in zijn macht houden en geld verdienen. Of mijn chanteur wist dat drugssmokkel tot mislukken gedoemd was en wilde wraak op mij nemen door mij in Azië te laten arresteren en berechten. In het beste geval zou ik wegrotten in een overvolle cel en binnen enkele jaren, maanden, weken of dagen sterven aan malaria, aids of geweld. In het slechtste geval zou ik veroordeeld worden tot de strop, worden onthoofd met een zwaard of voor een vuurpeloton worden gezet. Had ik een keus? Tot mijn grote spijt was het antwoord negatief.

Ik zocht en vond zijn portemonnee, pakte mijn fietssleutels van de eettafel en legde die weer terug toen ik besefte dat het onmogelijk zou zijn de twee rugzakken op de fiets te vervoeren. Ik zou een taxi moeten nemen. En eerst geld halen uit de muur. Een pinautomaat bevond zich om de hoek op de Ceintuurbaan. Achthonderd euro moest genoeg zijn voor de twee rugzakken en de taxirit.

Met het geld op zak plofte ik op de achterbank van een taxi neer, op weg naar Carl Denig op de Weteringschans 113-115. Wat voor soort rugzakken moest ik ook alweer kopen? Iets Scandinavisch met een nummer. Het zweet bleef maar stromen, in mijn nek, over mijn rug, langs mijn benen en mijn sokken in. Ik moest terug naar huis om de brief te lezen. Nee, onzin, ik moest niet zo gestresst doen. Ik was getraind in mediteren en heb een bijna fotografisch geheugen, dus hoefde ik mij maar even te ontspannen om de woorden voor zich me zien: “twee exemplaren van de Fjällräven Kajka 75: je kiest de uitvoering in de kleuren rood en zwart.”

Ik rekende af met de taxichauffeur en maande mezelf kalm te blijven, terwijl ik voor de winkel met meer dan vijftigduizend outdoorartikelen stond. Het was niet warm buiten. Ik nam de tijd voor een minimeditatie met mijn hoofd in de oostenwind. Binnen een minuut was ik nog meer ontspannen dan zo-even en betrad de winkel.

De rugzakkenafdeling was snel gevonden, op de eerste verdieping. Wat waren er verbijsterend veel soorten en typen rugzakken! Ik liep op een verkoper af: ‘Ik ben op zoek naar twee exemplaren van de Fjällräven Kajka 75. In de uitvoering in de kleuren rood en zwart.’

‘Goede keuze. Eigenlijk ga je dan gelijk voor het beste. En waarom zou een mens dat niet doen?’

Ik knikte ontspannen.

‘Ja, kijk,’ ging de verkoper verder, ‘als je het geld niet hebt dan houdt het op, want de Fjällräven Kajka 75 is natuurlijk niet de goedkoopste. Twee exemplaren van de Fjällräven Kajka 75? Waarom twee?

‘Eén voor mij en één voor iemand anders.’

‘O,’ zei de verkoper opgelaten. ‘Twee exemplaren van de Fjällräven Kajka 75. In de kleuren rood en zwart. Ik zal eens even kijken in het systeem of we er twee op voorraad hebben.’ De verkoper bediende een muis en keek geconcentreerd op een beeldscherm naast de kassa. ‘Yes, we hebben er nog twee op voorraad.’ De verkoper keek me aan alsof we samen een loterij hadden gewonnen. ‘Twee,’ zei hij. ‘Gaat je vriendin ook mee?’

Ik knikte ja, schudde nee en stotterde ‘ja.’

De verkoper keek mij vragend aan. ‘Als je met je vriendin gaat, hebben we ook een vrouwelijke uitvoering van de Fjällräven Kajka 75, die speciaal gemaakt is zodat die voor vrouwen veel beter zit dan de standaard Fjällräven Kajka 75.’

‘Ik ga met een vriend,’ zei ik om van het gelul van de verkoper af te zijn.

‘O, u heeft een vriend,’ zei de verkoper alsof hij teleurgesteld was. ‘Voor de duidelijkheid: U wilt dus twee exemplaren van de Fjällräven Kajka 75. In de uitvoering in de kleuren rood en zwart. De mannelijke versie.’

‘Dat klopt.’

Binnen twee minuten was de verkoper terug met twee exemplaren van de rugzak. In de uitvoering in de kleuren rood en zwart. De mannelijke versie.

‘Perfect,’ zei ik.

‘U wilt pinnen?’ vroeg de verkoper.

‘Nee, ik betaal cash,’ zei ik en trok mijn portemonnee tevoorschijn.

De verkoper trok verbaasd zijn wenkbrauwen op. ‘Akkoord.’ Hij rammelde op zijn kassa: ‘Dat wordt dan zevenhonderdveertig euro, alstublieft.’

Ik trok mijn portemonnee en legde een stapel van zestien vijftigeurobiljetten op de toonbank, waarvan ik één biljet van vijftig euro terug in mijn portemonne stopte. Nadat de verkoper het geld luidop had nageteld gaf hij mij mijn wisselgeld terug.

‘Hoe gaat u de rugzakken meenemen?’ vroeg de verkoper. ‘U bent hopelijk niet op de fiets?’

‘Dat komt wel goed,’ zei ik. ‘Ik neem een taxi naar huis.’

‘Dat is zonde van het geld,’ zei de verkoper. ‘Bij dit soort bedragen kunnen we de rugzakken ook gratis thuis laten bezorgen.’

‘Dat is niet nodig. Ik neem een taxi.’

‘Wat u wilt,’ zei de verkoper.

Ik tilde de twee rugzakken onhandig op.

‘U vergeet uw bon,’ zei de verkoper.

‘O ja.’ Ik zette de rugzakken neer tegen de toonbank en nam de bon van de verkoper aan, die ik onhandig in een kontzak frummelde.

‘Dag,’ zei ik en daalde even later met in elke hand een zware rugzak de trap naar de begane grond af. Buiten aangekomen duurde het niet lang voor ik weer een taxi gevonden had.

‘Op reis geweest?’ vroeg de taxichauffeur vriendelijk.

‘Nee, alles moet nog beginnen,’ zei ik met een gezicht dat zonder twijfel op onweer stond.

‘Nou, u kijkt echt alsof u er zin in heeft,’ zei de taxichauffeur met een smuilende lach.

Ik zat geduldig mijn rit uit en sleepte de twee rugzakken even later de trap op naar mijn woning op de eerste verdieping. Daar zette ik de rugzakken tegen de muur naast de tafel waar mijn laptop op stond en keek weer naar het Word-document op het scherm van mijn laptop.

‘Het aluminium frame ga je gebruiken voor de smokkel van de cocaïne. Je zult de procedure van het vullen van de aluminumbuizen met cocaïne goed moeten kennen, want je moet weten hoe je foutloos en veilig cocaïne in het aluminium frame van de Fjällräven Kajka 75 moet verstoppen. De zeshonderd honderddollarbiljetten uit het frame pulken als je weer terug in Nederland bent, zal het punt niet zijn. Je contact in Kathmandu zal het geld zo in het aluminium frame van de rugzak verpakken dat het vrij eenvoudig zal zijn om de biljetten uit het frame van de rugzak te halen. Gebruik een pincet of een tang, desnoods een stofzuiger. Als je de rugzak maar heel laat. Gebruik je handen maar, zie het als jouw feestje. Maar zorg dat je zo snel mogelijk het geld in een sporttas dumpt in bagagekluis drieënzestig. Foutloos en veilig.

Ga nu eerst de cocaïne halen op het Centraal Station. Neem een kleine rugzak mee, bijvoorbeeld een Eastpak, om de cocaïne in te doen. Laat de de twee exemplaren van de Fjällräven Kajka 75 thuis.’

Een kleine Eastpak had ik nog wel staan. Even later zat ik met de kleine rugzak op mijn schoot in de tram op weg naar het Centraal Station. Ik merkte dat ik wat kalmer geworden was, omdat ik besefte dat ik beter aandachtig deze missie kon uitvoeren. Alleen dan zou dit avontuur tot een goed einde kunnen komen en kon mijn geheim wellicht geheim blijven.

Toen ik even later op het Centraal Station arriveerde ging ik eerst, volgens instructie, naar een AKO om voor tachtig eurocent een onuitwisbare marker, BIC 1445, zakmodel, JM Bruneau, te kopen. Vervolgens liep ik naar bagagekluis nummer drieënzestig, die zich in het oostelijk deel van het bagagedepot van het Centraal Station van Amsterdam bevond. De  kilo cocaïne, verpakt in een stevige plastic zak en ter grootte van een brood, pakte ik uit de kluis en stopte die vervolgens in mijn Eastpak. Ik voelde mij eerder alert dan gespannen. Ik keek vluchtig om me heen, maar niemand scheen mij op te merken.

Even later zat ik in de tram terug naar huis. De lussen van de Eastpak hield ik stevig om mijn polsen gedraaid. Ik was jong en sterk en niet bang om beroofd te worden, maar in dit geval moest elk risico uitgesloten worden. Ondanks mijn kalme modus was ik opgelucht toen ik de Eastpak met de cocaïne op de vloer naast de twee exemplaren van de Fjällräven Kajka 75 zette.

In het Word-document stonden duidelijke instructies over hoe de cocaïne in het frame van de rugzak verstopt moest worden: ‘Op de website drugsforum.nl kun je allerlei handige tips vinden om cocaïne veilig te verstoppen in een rugzak. Ik zou het zo doen: eerst de cocaïne in plastic vacuüm sealen, daarna de pakketjes steeds zo dun oprollen zodat ze precies in de buizen van het frame passen. Zorg ervoor dat elke rol even lang is als de afstand tussen de lasnaden van het frame: rolletjes van een centimeter of dertig lang voor de langste buizen. Pas de lengte aan bij buizen van verschillende lengte en verschillende afstanden tussen de lasnaden. Zorg dat je aan de onderkant van elke dop die een buis van het frame afsluit een klein beetje tandpasta smeert. Dat brengt het reukorgaan van eventuele drugshonden van slag. Op Schiphol zijn wel drugshonden, maar die worden vooral ingezet op vluchten uit Zuid- en Midden-Amerika. Als je een luchtvaartmaatschappij uit het Midden-Oosten neemt en daar overstapt op een vlucht naar Kathmandu, is de kans zeer groot dat je het transport zonder problemen uit zult kunnen voeren. In het Midden-Oosten worden drugshonden nooit ingezet om vluchten naar Kathmandu te controleren.

Op reis: zorg dat je er verzorgd uitziet als je op reis gaat; al je kleren zijn schoon en heel, en je bent goed geschoren. Als je niet relaxed bent, neem dan een half oxazepammetje voor je naar de luchthaven gaat.’

Het kostte me enkele uren voordat ik het frame van de rugzak precies volgens de instructies met cocaïne gevuld had. Om de rugzak met cocaïne en de rugzak zonder cocaïne van elkaar te kunnen onderscheiden moest ik met de bij de AKO aangeschafte onuitwisbare marker, BIC 1445, zakmodel, JM Bruneau, aan de binnenkant van het linker zijvak van de rugzak met cocaïne een klein vierkantje tekenen. Dat laatste was niet veel werk. Wat moest ik verder nog doen? De rugzakken moesten naar Nepal en daar zou ik de persoon of personen gaan ontmoeten met wie ik zaken moest doen. Ook daar bevatte de brief instructies over.

‘Je zorgt dat je op 23 maart 2015 in Kathmandu bent. Daar neem je je intrek in het Strawberry Fields Hostel in de toeristenwijk Thamel. Je wacht met inchecken tot je wordt benaderd door een Deen die zich voorstelt als Lars. Voor de zekerheid zal hij je om een wachtwoord vragen. Dat wachtwoord staat uit veiligheidsoverwegingen niet in deze brief, maar als Lars het wachtwoord vraagt zul je zeker weten dat hij de juiste persoon is. Lars heeft zestigduizend dollar bij zich. Op jouw kamer gaat hij het frame van de rugzak zonder cocaïne vullen met geld. Voor de duidelijkheid: dat is de rugzak waarbij aan de binnenkant van het linker zijvak geen klein vierkantje is getekend met een bij de AKO aangeschafte onuitwisbare marker, BIC 1445, zakmodel, JM Bruneau.

Jij telt het geld goed na. Als je zeker weet dat Lars zestigduizend dollar bij zich heeft, laat je hem de rugzak zonder cocaïne vullen met geld. Hij heeft het vaker gedaan, laat hem zijn ding maar doen. Lars zal willen controleren of de juiste hoeveelheid cocaïne in de rugzak zit. Hij zal de cocaïne uit de rugzak halen en de cocaïne wegen, voordat hij het frame van de andere rugzak gaat vullen met geld. Het nu lege exemplaar van de Fjällräven Kajka 75 blijft achter bij Lars. Hij zal ervoor zorgen dat dit exemplaar gevuld met zestigduizend dollar klaarstaat voor het volgende transport.

Jij hoeft nu alleen nog maar zorg te dragen voor de rugzak met daarin de zestigduizend dollar. Om geen argwaan te wekken spurt je niet direct met je rugzak vol geld naar de luchthaven van Kathmandu, Tribhuvan International Airport, maar ga je geheel conform je imago naar een meditatiecentrum vlak buiten Kathmandu: Nepal Vipassana Center Dhammashringa, Budhanikantha, Muhan Pokhari, om te mediteren. Je geeft je ruim vantevoren op via hun website. En handjes thuis deze keer. Daar blijf je een week.’

Wat wist deze chanteur allemaal nog meer over mij? En mijn imago? Wat bedoelde hij daar in godsnaam mee?

‘Voor je verblijf in Nepal Vipassana Center Dhammashringa, Budhanikantha, Muhan Pokhari gebruik je vanzelfsprekend niet de rugzak vol geld, maar neem je een kleine Eastpak mee waarin je al je benodigdheden voor je verblijf in het meditatiecentrum kwijt kunt. De rugzak gevuld met de zestigduizend dollar stop je in een kluis in een bank in Kathmandu. Ik kan je de Citizens Bank aan de Kulratna Marg aanraden. Een keurige bank. Doe dat in de ochtend van 24 maart. De rugzak haal je pas weer op als je terug bent uit het meditatiecentrum, vlak voor je vertrek naar Nederland op 29 maart.

Vervolgens vlieg je terug naar Nederland met het geld. Het geld haal je uit de rugzak en stop je, zoals gezegd, in dezelfde bagagekluis als waaruit je de cocaïne hebt gehaald: nummer drieënzestig. Verpak vijfhonderdvijftig honderddollarbiljetten stevig getaped in plastic: vijf pakken van honderddollarbiljetten en één van vijftig honderddollarbiljetten. Gebruik een sporttas om de dollars. Het merk maakt niet uit. Als de sporttas maar stevig is. Ach, doe toch maar Nike. Dat blijft een kwalitatief goed merk met de uitstraling van onoverwinnelijkheid.

Voor de kosten van reis en verblijf mag je vijfduizend van de zestigduizend dollar voor jezelf houden. Voor de duidelijkheid: er hoeft slechts vijfenvijftigduizend dollar in de bagagekluis, die zich in het oostelijk deel van het bagagedepot van het Centraal Station van Amsterdam bevindt, gedeponeerd te worden.

Binnen ongeveer een week zal er opnieuw een kilo cocaïne in de bagagekluis liggen. Je vult opnieuw het aluminiumframe van de rugzak met cocaïne. Dit keer zit er vanzelfsprekend aan de binnenkant van het linker zijvak van de rugzak geen met een bij de AKO aangeschafte onuitwisbare marker, BIC 1445, zakmodel, JM Bruneau, klein getekend vierkantje.

Het is niet de bedoeling dat de transporten allebei door jou worden uitgevoerd. Ik wil niet het risico lopen dat jouw verblijven in Nepal gaan opvallen. Zorg zelf voor de tweede koerier. Je bent verplicht om de tweede koerier, net als jij tijdens je samenzijn met Noa, naar Osho Tapoban, te sturen. Dit is geen voorstel, dit is een eis. Als je een natte rug van het zweet krijgt van het idee dat de tweede koerier naar hetzelfde meditatiecentrum gaat waar jij als een duivel hebt rondgewaard, is dat slechts een klein onderdeel van de boete die je moet doen. Je snapt zelf ook wel dat jouw karma voor eeuwig verneukt is. Vanzelfsprekend mag de tweede koerier niets weten over de drugs die hij of zij gaat smokkelen. Bij het tweede transport zal Lars de rugzakken verwisselen zonder dat de tweede koerier hier weet van zal hebben. Laat dat maar aan hem over.

Indien bij het inchecken op Schiphol vragen worden gesteld over waarom je alleen met twee identieke rugzakken op reis gaat, kun je zeggen dat je een vriend gaat opzoeken in Nepal wiens rugzak stuk is.

Als je alle instructies van deze brief uit je hoofd kent – dat moet voor jou met je semifotografisch geheugen geen probleem zijn – dan moet je deze USB-stick vernietigen, zodat geen enkel feit over de transporten, ons contact en jouw geheim ooit bekend zal worden.’

Er stonden zo veel details in het Word-document, dat ik besloot de felrode hartvormige USB-stick voorlopig niet te vernietigen. Voor de zekerheid besloot ik het document ook uit te printen en tot een miniscuul pakketje op te vouwen, dat ik steeds bij me zou dragen. Hoe kon ik anders alle details van mijn missie onthouden? Ik zou de USB-stick meenemen op reis. Als ik die in mijn verlaten huis zou achterlaten liep ik het risico dat het ding zou worden gestolen door een inbreker. Die gedachte maakte mij nog meer paranoïde dan ik al was. De felrode hartvormige USB-stick besloot ik te verstoppen in de heupgordel van de rugzak waarbij aan de binnenkant van het linker zijvak geen klein vierkantje was getekend met een bij de AKO aangeschafte onuitwisbare marker, BIC 1445, zakmodel, JM Bruneau. Want dat was de rugzak die ik mee terug zou nemen naar Amsterdam.

Reacties van proeflezers

“Heerlijk over de top verhaal!”

Jan P. Meijers, auteur van onder meer de romans “Weg zonder bestemming” en “De man op zolder”

“Mabelus in topvorm!”

Tom van Rossum, auteur van onder meer de jeugdboeken “Help, mijn ouders gaan scheiden,” “De pestkop” en “Kleine wijsneusjes”

“Een verhaal dat er in hakt. Om je nagels tot aan het tweede kootje bij af te bijten”

Gerard Scharn, dichter en performer, publiceerde onder andere in Kluger Hans, Gierik NVT, ART04, Op Ruwe Planken, Meander, Tijdschrift Ei en Brabant Literair

“Het verhaal neemt me mee. De combinatie humor/spanning werkt effectief”

Erik Spil is schrijver en dichter. Hij publiceerde onder andere in tijdschriften als Krakatau en Opspraak en op de website van Extaze

“Lekker leesvoer. Een bewonderenswaardig project dat alle succes verdient”

Gerard van de Schootbrugge, auteur van onder meer de jeugdboeken “De Wittekappengattrilogie” en “Zwerg” en het visionaire managementboek “De sensorrrevolutie”

“Een zeer onderhoudend boek vol actie en humor, dat leest als een trein en smeekt om verfilmd te worden”

Natasha van Bohemen, fanatiek lezer

“Een hilarische uitvergroting van de morele leegte die achter de façade van de relaxte hipster schuilgaat”

Kees de Vries, fanatiek lezer

Biografie

In de jaren negentig van de vorige eeuw was ik wereldberoemd in Bulgarije, als schrijver en als wielrenner. Mijn toenmalige Bulgaarse vriendin heeft mijn werk in het Bulgaars vertaald. Ik werd een hype in Bulgarije en won onder meer de prestigieuze Malenkovprijs voor mijn roman “De Straf van Veger,” “Наказание Sweeper” in het Bulgaars. Mijn Bulgaarse roman is nog steeds niet in Nederland uitgegeven en is slechts zeer moeizaam en voor heel veel geld te verkrijgen via exclusieve veilinghuizen als Sothebys.

Het eerste decennium van deze eeuw besteedde ik mijn tijd vooral aan mijn promotieonderzoek aan de Universiteit van Tokyo (東京大学 , Tōkyō daigaku), vaak afgekort tot Todai (東大 , Tōdai), waar ik de verschillende gehoorafwijkingen van Japanse vleermuizen onderzocht, die vooral te vinden zijn in het Hidagebergte (Japans: 飛騨山脈, Hida Sanmyaku), een Japanse bergrug die onderdeel vormt van de Japanse Alpen en zich uitstrekt over de prefecturen Nagano, Toyama en Gifu.

Mijn proefschrift “Wie niet horen wil, moet maar voelen” (Japans: 誰が感じる必要が聞こえませんが, Dare ga kanjiru hitsuyō ga kikoemasenga) werd raar genoeg een bestseller in Japan: 4 miljoen verkochte exemplaren, die ik allemaal gesigneerd heb tijdens een dolle signeersessie bij mijn Japanse uitgever in Kobe. Ook dit werk is nog niet in het Nederlands vertaald. Gek genoeg zijn er alleen nog af en toe Koreaanse vertalingen van mijn proefschrift via veilingsites op internet te vinden: (Koreaans: 사람 느껴야 듣지 않고, Salam neukkyeoya deudji anhgo). In Japan weigert elke bezitter van een exemplaar van mijn proefschrift afstand te doen van zijn of haar exemplaar.

Tegenwoordig werk ik als pizzakoerier in Eritrea. De kogels vliegen mij dagelijks om de oren en ik heb zelden iets te doen, maar ik heb geleerd dat je blij moet zijn met wat je hebt.

Peter Mabelus aan het werk in Asmara, Eritrea.