Hoofdstuk 3 Zwarte Post

(dinsdag, 18 maart 2015)

Ik keek naar de felrode USB-stick in de vorm van een hartje, die in mijn laptop stak. Mijn eerste opwelling was om de USB-stick te verbranden, kapot te stampen, door te trekken in de wc, uit het raam te gooien of te vermalen met mijn tanden en door te slikken. Vernietigd moest dit ding worden! Tegelijkertijd besefte ik dat dit mijn probleem niet zou oplossen.

Ik had het postapkket met de USB-stick en een sleutel van een bagagekluis met daarop het nummer drieënzestig een week nadat ik thuisgekomen was uit Nepal ontvangen. De naam van de afzender herkende ik direct: Noa.

Ik stopte de USB-stick in de daarvoor bestemde opening van mijn laptop en zag dat er twee bestanden op stonden: een Word-document en een videofragment. Beide bestanden droegen geen titel. Ik opende eerst het Word-document.

‘Ik ken jouw geheim,’ zo begon de tekst. ‘Ik weet wat je gedaan hebt in Osho Tapoban. Bekijk eerst de beelden op de USB-stick.’

Zweet probeerde uit al mijn poriën tegelijk naar buiten te komen. De brief was in het Nederlands geschreven. Het was dus een Nederlander die mijn geheim kende, maar er waren zo veel Nederlanders in het Osho Tapoban International Commune and Forest Retreat Center geweest. De meesten van hen had ik nooit gesproken.

Ik dubbelklikte op het icoontje van het videofragment en zag vervolgens hoe een man hard op een vrouw insloeg. Ik wist ogenblikkelijk waar en wanneer dit was gefilmd. Ik zag mezelf insteken op Noa uit Noah, Tennessee, momenten nadat ik haar verkracht had. Ik zag een mes flitsen in mijn rechterhand. Het beeld trilde even. Daarna waren de beelden weer scherp. Ik zag mezelf vooroverbuigen en wist dat dit het moment was waarop ik het lichaam van Noa naar de rand van de afgrond sleepte en naar beneden duwde, waarna het met een doffe klap op een rots in de wilde stromende Manamati-rivier terechtkwam. Ik zag mezelf het ravijn in kijken en mij daarna omdraaien. Vervolgens liep ik snel door het aardbeienveld in de richting van de bosrand. Ik kwam steeds groter in beeld.

Wie had dit gefilmd? Het kon niet anders dan een Nederlandse medecursist zijn geweest. Maar wie? Voor zover ik wist bestond er geen lijst met de naam en nationaliteit van de cursisten. En als die al bestond was die lijst geheim. Privacy en anonimiteit waren heilig in een oord als Osho Tapoban. En waarom had degene die deze beelden had gemaakt niet gelijk alarmgeslagen? Waarom was hij of zij niet naar de kampleiding gegaan of had hij de politie niet gebeld?

Ik las verder in het Word-document: ‘Ik ga de volgende zaken met je afspreken. Tegelijk met deze USB-stick heb je een sleutel ontvangen. Het nummer op de sleutel is drieënzestig en past op een bagagekluis die zich in het oostelijk deel van het bagagedepot van het Centraal Station van Amsterdam bevindt. In die kluis ligt een sporttas met daarin een kilo cocaïne. Jij gaat die cocaïne voor mij in Kathmandu, Nepal bezorgen.

Als je de cocaïne op het Centraal Station gaat halen, vergeet dan niet eerst bij een AKO in de stationshal voor tachtig eurocent een onuitwisbare marker, BIC 1445, zakmodel, JM Bruneau, te kopen. Wat je daarmee moet doen kun je later in dit document lezen.

Hoe kom je aan de rugzakken? Je gaat naar Carl Denig op de Weteringschans 113-115 in Amsterdam. Vijf verdiepingen met meer dan vijftienduizend outdoorartikelen. De beste winkel in Nederland in zijn soort. Daar koop je twee rugzakken. Je betaalt cash. Je koopt twee exemplaren van de Fjällräven Kajka 75. Je kiest de mannelijke uitvoering in de kleuren rood en zwart. Volgens de website van Carl Denig “is de Kajka wereldwijd populair onder wandelaars en wordt ook bejubeld in de vakbladen. Het Zweedse outdoortijdschrift Utemagasinet heeft de Kajka in 2009 uitgeroepen tot Product van het jaar en in 2011 werd de rugzak als Beste getest in de grote Finse Retkis-rugzaktest,” en dus geen slechte keuze. De rugzakken kosten driehonderdzeventig euro per stuk, dus zorg dat je achthonderd euro cash meeneemt naar Carl Denig op de Weteringschans 113-115.’

‘Wat is dit?’ riep ik woest uit. ‘Het lijkt wel een reclamefolder! Van een psycho! Van Noa! Wie is dit? Mijn geheim kennen en mij daarmee bedreigen en chanteren en dwingen cocaïne te gaan koerieren naar Kathmandu!’

Mijn ogen werden weer naar het Word-document getrokken. Mijn lichaam trilde en mijn kaken stonden strak. Ik las verder.

‘Je koopt dus twee exemplaren van de Fjällräven Kajka 75. Het aluminium frame van een van de twee rugzakken ga je gebruiken voor de smokkel van de cocaïne. Je zult de procedure van het vullen van de aluminumbuizen met cocaïne goed moeten kennen, want je moet weten hoe je foutloos en veilig cocaïne in het aluminium frame van de Fjällräven Kajka 75 moet verstoppen. In Kathmandu worden door iemand anders zeshonderd honderddollarbiljetten in het frame van het andere exemplaar van de Fjällräven Kajka 75 verstopt, maar daarover later meer. Alles moet foutloos en veilig gaan.’

Ik las verder.

‘Als je de Fjällräven Kajka 75 met de achterkant voor je tegen de muur hebt staan is het vrij eenvoudig om te leren hoe je de cocaïne in het aluminiumframe van de rugzak kunt verstoppen. Ga de rugzakken nu kopen. Zodra je terug bent, gaan we oefenen met het prepareren van de Fjällräven Kajka 75 voor de smokkel van de cocaïne.’

Ik stond nerveus op. Wat voor een sadistisch spel wilde deze Noa met mij spelen? Drugs smokkelen naar Aziatische landen was een exotische manier om zelfmoord te plegen. Uit alles bleek echter dat de persoon die mij de USB-stick en de sleutel van een bagagekluis met daarop het nummer drieënzestig had toegestuurd heel goed wist wat hij deed.

Dat kon twee dingen betekenen: dat mijn chanteur precies wist hoe ik de cocaïne naar Nepal moest smokkelen zonder gepakt te worden. Daarbij zou hij mij in zijn macht houden en geld verdienen. Of mijn chanteur wist dat drugssmokkel tot mislukken gedoemd was en wilde wraak op mij nemen door mij in Azië te laten arresteren en berechten. In het beste geval zou ik wegrotten in een overvolle cel en binnen enkele jaren, maanden, weken of dagen sterven aan malaria, aids of geweld. In het slechtste geval zou ik veroordeeld worden tot de strop, worden onthoofd met een zwaard of voor een vuurpeloton worden gezet. Had ik een keus? Tot mijn grote spijt was het antwoord negatief.

Ik zocht en vond zijn portemonnee, pakte mijn fietssleutels van de eettafel en legde die weer terug toen ik besefte dat het onmogelijk zou zijn de twee rugzakken op de fiets te vervoeren. Ik zou een taxi moeten nemen. En eerst geld halen uit de muur. Een pinautomaat bevond zich om de hoek op de Ceintuurbaan. Achthonderd euro moest genoeg zijn voor de twee rugzakken en de taxirit.

Met het geld op zak plofte ik op de achterbank van een taxi neer, op weg naar Carl Denig op de Weteringschans 113-115. Wat voor soort rugzakken moest ik ook alweer kopen? Iets Scandinavisch met een nummer. Het zweet bleef maar stromen, in mijn nek, over mijn rug, langs mijn benen en mijn sokken in. Ik moest terug naar huis om de brief te lezen. Nee, onzin, ik moest niet zo gestresst doen. Ik was getraind in mediteren en heb een bijna fotografisch geheugen, dus hoefde ik mij maar even te ontspannen om de woorden voor zich me zien: “twee exemplaren van de Fjällräven Kajka 75: je kiest de uitvoering in de kleuren rood en zwart.”

Ik rekende af met de taxichauffeur en maande mezelf kalm te blijven, terwijl ik voor de winkel met meer dan vijftigduizend outdoorartikelen stond. Het was niet warm buiten. Ik nam de tijd voor een minimeditatie met mijn hoofd in de oostenwind. Binnen een minuut was ik nog meer ontspannen dan zo-even en betrad de winkel.

De rugzakkenafdeling was snel gevonden, op de eerste verdieping. Wat waren er verbijsterend veel soorten en typen rugzakken! Ik liep op een verkoper af: ‘Ik ben op zoek naar twee exemplaren van de Fjällräven Kajka 75. In de uitvoering in de kleuren rood en zwart.’

‘Goede keuze. Eigenlijk ga je dan gelijk voor het beste. En waarom zou een mens dat niet doen?’

Ik knikte ontspannen.

‘Ja, kijk,’ ging de verkoper verder, ‘als je het geld niet hebt dan houdt het op, want de Fjällräven Kajka 75 is natuurlijk niet de goedkoopste. Twee exemplaren van de Fjällräven Kajka 75? Waarom twee?

‘Eén voor mij en één voor iemand anders.’

‘O,’ zei de verkoper opgelaten. ‘Twee exemplaren van de Fjällräven Kajka 75. In de kleuren rood en zwart. Ik zal eens even kijken in het systeem of we er twee op voorraad hebben.’ De verkoper bediende een muis en keek geconcentreerd op een beeldscherm naast de kassa. ‘Yes, we hebben er nog twee op voorraad.’ De verkoper keek me aan alsof we samen een loterij hadden gewonnen. ‘Twee,’ zei hij. ‘Gaat je vriendin ook mee?’

Ik knikte ja, schudde nee en stotterde ‘ja.’

De verkoper keek mij vragend aan. ‘Als je met je vriendin gaat, hebben we ook een vrouwelijke uitvoering van de Fjällräven Kajka 75, die speciaal gemaakt is zodat die voor vrouwen veel beter zit dan de standaard Fjällräven Kajka 75.’

‘Ik ga met een vriend,’ zei ik om van het gelul van de verkoper af te zijn.

‘O, u heeft een vriend,’ zei de verkoper alsof hij teleurgesteld was. ‘Voor de duidelijkheid: U wilt dus twee exemplaren van de Fjällräven Kajka 75. In de uitvoering in de kleuren rood en zwart. De mannelijke versie.’

‘Dat klopt.’

Binnen twee minuten was de verkoper terug met twee exemplaren van de rugzak. In de uitvoering in de kleuren rood en zwart. De mannelijke versie.

‘Perfect,’ zei ik.

‘U wilt pinnen?’ vroeg de verkoper.

‘Nee, ik betaal cash,’ zei ik en trok mijn portemonnee tevoorschijn.

De verkoper trok verbaasd zijn wenkbrauwen op. ‘Akkoord.’ Hij rammelde op zijn kassa: ‘Dat wordt dan zevenhonderdveertig euro, alstublieft.’

Ik trok mijn portemonnee en legde een stapel van zestien vijftigeurobiljetten op de toonbank, waarvan ik één biljet van vijftig euro terug in mijn portemonne stopte. Nadat de verkoper het geld luidop had nageteld gaf hij mij mijn wisselgeld terug.

‘Hoe gaat u de rugzakken meenemen?’ vroeg de verkoper. ‘U bent hopelijk niet op de fiets?’

‘Dat komt wel goed,’ zei ik. ‘Ik neem een taxi naar huis.’

‘Dat is zonde van het geld,’ zei de verkoper. ‘Bij dit soort bedragen kunnen we de rugzakken ook gratis thuis laten bezorgen.’

‘Dat is niet nodig. Ik neem een taxi.’

‘Wat u wilt,’ zei de verkoper.

Ik tilde de twee rugzakken onhandig op.

‘U vergeet uw bon,’ zei de verkoper.

‘O ja.’ Ik zette de rugzakken neer tegen de toonbank en nam de bon van de verkoper aan, die ik onhandig in een kontzak frummelde.

‘Dag,’ zei ik en daalde even later met in elke hand een zware rugzak de trap naar de begane grond af. Buiten aangekomen duurde het niet lang voor ik weer een taxi gevonden had.

‘Op reis geweest?’ vroeg de taxichauffeur vriendelijk.

‘Nee, alles moet nog beginnen,’ zei ik met een gezicht dat zonder twijfel op onweer stond.

‘Nou, u kijkt echt alsof u er zin in heeft,’ zei de taxichauffeur met een smuilende lach.

Ik zat geduldig mijn rit uit en sleepte de twee rugzakken even later de trap op naar mijn woning op de eerste verdieping. Daar zette ik de rugzakken tegen de muur naast de tafel waar mijn laptop op stond en keek weer naar het Word-document op het scherm van mijn laptop.

‘Het aluminium frame ga je gebruiken voor de smokkel van de cocaïne. Je zult de procedure van het vullen van de aluminumbuizen met cocaïne goed moeten kennen, want je moet weten hoe je foutloos en veilig cocaïne in het aluminium frame van de Fjällräven Kajka 75 moet verstoppen. De zeshonderd honderddollarbiljetten uit het frame pulken als je weer terug in Nederland bent, zal het punt niet zijn. Je contact in Kathmandu zal het geld zo in het aluminium frame van de rugzak verpakken dat het vrij eenvoudig zal zijn om de biljetten uit het frame van de rugzak te halen. Gebruik een pincet of een tang, desnoods een stofzuiger. Als je de rugzak maar heel laat. Gebruik je handen maar, zie het als jouw feestje. Maar zorg dat je zo snel mogelijk het geld in een sporttas dumpt in bagagekluis drieënzestig. Foutloos en veilig.

Ga nu eerst de cocaïne halen op het Centraal Station. Neem een kleine rugzak mee, bijvoorbeeld een Eastpak, om de cocaïne in te doen. Laat de de twee exemplaren van de Fjällräven Kajka 75 thuis.’

Een kleine Eastpak had ik nog wel staan. Even later zat ik met de kleine rugzak op mijn schoot in de tram op weg naar het Centraal Station. Ik merkte dat ik wat kalmer geworden was, omdat ik besefte dat ik beter aandachtig deze missie kon uitvoeren. Alleen dan zou dit avontuur tot een goed einde kunnen komen en kon mijn geheim wellicht geheim blijven.

Toen ik even later op het Centraal Station arriveerde ging ik eerst, volgens instructie, naar een AKO om voor tachtig eurocent een onuitwisbare marker, BIC 1445, zakmodel, JM Bruneau, te kopen. Vervolgens liep ik naar bagagekluis nummer drieënzestig, die zich in het oostelijk deel van het bagagedepot van het Centraal Station van Amsterdam bevond. De  kilo cocaïne, verpakt in een stevige plastic zak en ter grootte van een brood, pakte ik uit de kluis en stopte die vervolgens in mijn Eastpak. Ik voelde mij eerder alert dan gespannen. Ik keek vluchtig om me heen, maar niemand scheen mij op te merken.

Even later zat ik in de tram terug naar huis. De lussen van de Eastpak hield ik stevig om mijn polsen gedraaid. Ik was jong en sterk en niet bang om beroofd te worden, maar in dit geval moest elk risico uitgesloten worden. Ondanks mijn kalme modus was ik opgelucht toen ik de Eastpak met de cocaïne op de vloer naast de twee exemplaren van de Fjällräven Kajka 75 zette.

In het Word-document stonden duidelijke instructies over hoe de cocaïne in het frame van de rugzak verstopt moest worden: ‘Op de website drugsforum.nl kun je allerlei handige tips vinden om cocaïne veilig te verstoppen in een rugzak. Ik zou het zo doen: eerst de cocaïne in plastic vacuüm sealen, daarna de pakketjes steeds zo dun oprollen zodat ze precies in de buizen van het frame passen. Zorg ervoor dat elke rol even lang is als de afstand tussen de lasnaden van het frame: rolletjes van een centimeter of dertig lang voor de langste buizen. Pas de lengte aan bij buizen van verschillende lengte en verschillende afstanden tussen de lasnaden. Zorg dat je aan de onderkant van elke dop die een buis van het frame afsluit een klein beetje tandpasta smeert. Dat brengt het reukorgaan van eventuele drugshonden van slag. Op Schiphol zijn wel drugshonden, maar die worden vooral ingezet op vluchten uit Zuid- en Midden-Amerika. Als je een luchtvaartmaatschappij uit het Midden-Oosten neemt en daar overstapt op een vlucht naar Kathmandu, is de kans zeer groot dat je het transport zonder problemen uit zult kunnen voeren. In het Midden-Oosten worden drugshonden nooit ingezet om vluchten naar Kathmandu te controleren.

Op reis: zorg dat je er verzorgd uitziet als je op reis gaat; al je kleren zijn schoon en heel, en je bent goed geschoren. Als je niet relaxed bent, neem dan een half oxazepammetje voor je naar de luchthaven gaat.’

Het kostte me enkele uren voordat ik het frame van de rugzak precies volgens de instructies met cocaïne gevuld had. Om de rugzak met cocaïne en de rugzak zonder cocaïne van elkaar te kunnen onderscheiden moest ik met de bij de AKO aangeschafte onuitwisbare marker, BIC 1445, zakmodel, JM Bruneau, aan de binnenkant van het linker zijvak van de rugzak met cocaïne een klein vierkantje tekenen. Dat laatste was niet veel werk. Wat moest ik verder nog doen? De rugzakken moesten naar Nepal en daar zou ik de persoon of personen gaan ontmoeten met wie ik zaken moest doen. Ook daar bevatte de brief instructies over.

‘Je zorgt dat je op 23 maart 2015 in Kathmandu bent. Daar neem je je intrek in het Strawberry Fields Hostel in de toeristenwijk Thamel. Je wacht met inchecken tot je wordt benaderd door een Deen die zich voorstelt als Lars. Voor de zekerheid zal hij je om een wachtwoord vragen. Dat wachtwoord staat uit veiligheidsoverwegingen niet in deze brief, maar als Lars het wachtwoord vraagt zul je zeker weten dat hij de juiste persoon is. Lars heeft zestigduizend dollar bij zich. Op jouw kamer gaat hij het frame van de rugzak zonder cocaïne vullen met geld. Voor de duidelijkheid: dat is de rugzak waarbij aan de binnenkant van het linker zijvak geen klein vierkantje is getekend met een bij de AKO aangeschafte onuitwisbare marker, BIC 1445, zakmodel, JM Bruneau.

Jij telt het geld goed na. Als je zeker weet dat Lars zestigduizend dollar bij zich heeft, laat je hem de rugzak zonder cocaïne vullen met geld. Hij heeft het vaker gedaan, laat hem zijn ding maar doen. Lars zal willen controleren of de juiste hoeveelheid cocaïne in de rugzak zit. Hij zal de cocaïne uit de rugzak halen en de cocaïne wegen, voordat hij het frame van de andere rugzak gaat vullen met geld. Het nu lege exemplaar van de Fjällräven Kajka 75 blijft achter bij Lars. Hij zal ervoor zorgen dat dit exemplaar gevuld met zestigduizend dollar klaarstaat voor het volgende transport.

Jij hoeft nu alleen nog maar zorg te dragen voor de rugzak met daarin de zestigduizend dollar. Om geen argwaan te wekken spurt je niet direct met je rugzak vol geld naar de luchthaven van Kathmandu, Tribhuvan International Airport, maar ga je geheel conform je imago naar een meditatiecentrum vlak buiten Kathmandu: Nepal Vipassana Center Dhammashringa, Budhanikantha, Muhan Pokhari, om te mediteren. Je geeft je ruim vantevoren op via hun website. En handjes thuis deze keer. Daar blijf je een week.’

Wat wist deze chanteur allemaal nog meer over mij? En mijn imago? Wat bedoelde hij daar in godsnaam mee?

‘Voor je verblijf in Nepal Vipassana Center Dhammashringa, Budhanikantha, Muhan Pokhari gebruik je vanzelfsprekend niet de rugzak vol geld, maar neem je een kleine Eastpak mee waarin je al je benodigdheden voor je verblijf in het meditatiecentrum kwijt kunt. De rugzak gevuld met de zestigduizend dollar stop je in een kluis in een bank in Kathmandu. Ik kan je de Citizens Bank aan de Kulratna Marg aanraden. Een keurige bank. Doe dat in de ochtend van 24 maart. De rugzak haal je pas weer op als je terug bent uit het meditatiecentrum, vlak voor je vertrek naar Nederland op 29 maart.

Vervolgens vlieg je terug naar Nederland met het geld. Het geld haal je uit de rugzak en stop je, zoals gezegd, in dezelfde bagagekluis als waaruit je de cocaïne hebt gehaald: nummer drieënzestig. Verpak vijfhonderdvijftig honderddollarbiljetten stevig getaped in plastic: vijf pakken van honderddollarbiljetten en één van vijftig honderddollarbiljetten. Gebruik een sporttas om de dollars. Het merk maakt niet uit. Als de sporttas maar stevig is. Ach, doe toch maar Nike. Dat blijft een kwalitatief goed merk met de uitstraling van onoverwinnelijkheid.

Voor de kosten van reis en verblijf mag je vijfduizend van de zestigduizend dollar voor jezelf houden. Voor de duidelijkheid: er hoeft slechts vijfenvijftigduizend dollar in de bagagekluis, die zich in het oostelijk deel van het bagagedepot van het Centraal Station van Amsterdam bevindt, gedeponeerd te worden.

Binnen ongeveer een week zal er opnieuw een kilo cocaïne in de bagagekluis liggen. Je vult opnieuw het aluminiumframe van de rugzak met cocaïne. Dit keer zit er vanzelfsprekend aan de binnenkant van het linker zijvak van de rugzak geen met een bij de AKO aangeschafte onuitwisbare marker, BIC 1445, zakmodel, JM Bruneau, klein getekend vierkantje.

Het is niet de bedoeling dat de transporten allebei door jou worden uitgevoerd. Ik wil niet het risico lopen dat jouw verblijven in Nepal gaan opvallen. Zorg zelf voor de tweede koerier. Je bent verplicht om de tweede koerier, net als jij tijdens je samenzijn met Noa, naar Osho Tapoban, te sturen. Dit is geen voorstel, dit is een eis. Als je een natte rug van het zweet krijgt van het idee dat de tweede koerier naar hetzelfde meditatiecentrum gaat waar jij als een duivel hebt rondgewaard, is dat slechts een klein onderdeel van de boete die je moet doen. Je snapt zelf ook wel dat jouw karma voor eeuwig verneukt is. Vanzelfsprekend mag de tweede koerier niets weten over de drugs die hij of zij gaat smokkelen. Bij het tweede transport zal Lars de rugzakken verwisselen zonder dat de tweede koerier hier weet van zal hebben. Laat dat maar aan hem over.

Indien bij het inchecken op Schiphol vragen worden gesteld over waarom je alleen met twee identieke rugzakken op reis gaat, kun je zeggen dat je een vriend gaat opzoeken in Nepal wiens rugzak stuk is.

Als je alle instructies van deze brief uit je hoofd kent – dat moet voor jou met je semifotografisch geheugen geen probleem zijn – dan moet je deze USB-stick vernietigen, zodat geen enkel feit over de transporten, ons contact en jouw geheim ooit bekend zal worden.’

Er stonden zo veel details in het Word-document, dat ik besloot de felrode hartvormige USB-stick voorlopig niet te vernietigen. Voor de zekerheid besloot ik het document ook uit te printen en tot een miniscuul pakketje op te vouwen, dat ik steeds bij me zou dragen. Hoe kon ik anders alle details van mijn missie onthouden? Ik zou de USB-stick meenemen op reis. Als ik die in mijn verlaten huis zou achterlaten liep ik het risico dat het ding zou worden gestolen door een inbreker. Die gedachte maakte mij nog meer paranoïde dan ik al was. De felrode hartvormige USB-stick besloot ik te verstoppen in de heupgordel van de rugzak waarbij aan de binnenkant van het linker zijvak geen klein vierkantje was getekend met een bij de AKO aangeschafte onuitwisbare marker, BIC 1445, zakmodel, JM Bruneau. Want dat was de rugzak die ik mee terug zou nemen naar Amsterdam.

One thought on “Hoofdstuk 3 Zwarte Post

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s